De abstracte sculpturen van Jacob Hordijk (1948) hebben hun oorsprong in realistische taferelen. De waarneming van de werkelijkheid wordt terug gebracht tot een vormenspel waarin het uitgangspunt nauwelijks meer te herkennen is. Hordijk heeft een bijzondere gevoeligheid ontwikkeld voor de abstrahering van het herkenbare, waardoor zijn vertaling telkens resulteert in overtuigende composities. Een gevecht tussen katten kan een uitgangspunt zijn, een dans, of de lichaamstaal die een emotie van verbazing of trots uitdrukt. De essentie van de uitdrukking blijft telkens behouden in de uiteindelijk abstracte sculpturen. Het organische karakter van zij beelden en de beweging in de ruimte zijn als verwijzingen naar dierlijke of menselijke gestalten. Een zorgvuldige behandeling van volume en verhouding speelt hierbij en grote rol. Volumes komen lose van de grond en gaan een spel van onderlinge aantrekking en afstoting aan. Vormen behouden zich tot elkaar in een kwetsbaar evenwicht. Hordijk heeft zich tevens de ambacht van het brons gieten eigen gemaakt en benadert zijn eigen werk dus ook vanuit een zuiver technisch oogpunt. Ook in de technische afwerking verliest bij het evenwicht in de beweging niet uit het oog.